PIR isolatie nadelen: waarom biobased isoleren beter is
PIR (polyisocyanuraat) is de meest verkochte isolatieplaat in Nederland. Dun, lichte R-waarden, snel te verwerken. Maar PIR is op aardolie gebaseerd, volledig dampdicht en aan het einde van zijn leven nauwelijks te recyclen. We leggen de nadelen naast de biobased alternatieven β houtvezel, hennep en cellulose.
Korte conclusie
PIR wint op dikte en prijs per cm isolatiewaarde. Biobased isolatie wint op vochtgedrag, zomers comfort, luchtkwaliteit en duurzaamheid. Voor de meeste Nederlandse woningrenovaties is biobased isoleren de betere langetermijnkeuze β en via ISDE financieel haalbaar.
PIR vs. biobased isolatie op een rij
1. PIR is volledig dampdicht β en dat is een probleem
Elke woning produceert vocht: door ademen, koken, douchen. Dat vocht wil via de bouwschil ontsnappen. Als je isolatie dampdicht is β zoals PIR β wordt dat vocht tegengehouden. Bij een kleine onvolkomenheid in de dampremmer of luchtdichting stapelt vocht zich op in de constructie: condensatie, schimmel, en op termijn rot in houten balken.
Houtvezel, hennep en cellulose zijn van nature dampopen Γ©n vochtbufferend. Ze nemen tijdelijk vocht op β tot 15β20% van hun gewicht β en geven het weer af zonder hun isolatiewaarde te verliezen. Dat maakt de constructie robuuster voor kleine fouten in de uitvoering.
π‘ Dampopen isoleren is extra belangrijk bij renovaties van oudere woningen (pre-1975), waar luchtdichtheid nooit perfect is.
2. PIR isoleert, maar koelt niet
PIR heeft weinig thermische massa. Op een warme zomerdag warmt de binnenzijde van een PIR-dak snel op: de warmte van overdag wordt al na 3 Γ 4 uur doorgegeven aan de ruimte eronder. Bij een slaapkamer onder een plat dak of zonnige zolder leidt dit tot tropische nachten.
Houtvezelplaat heeft een faseverschuiving van 10 Γ 12 uur. Dat betekent dat de warmte van de middag pas laat in de avond de slaapkamer bereikt β als het buiten al aan het afkoelen is. Zonder airco, zonder extra maatregelen.
3. Isocyanaten in productie en bij brand
PIR wordt geproduceerd met MDI (methyleen-difenyl-diisocyanaat), een stof die bij inademing longschade kan veroorzaken. In het afgeharde product zit MDI gebonden β maar bij brand of het mechanisch bewerken van oude PIR-platen (zagen, slijpen) kunnen isocyanaten vrijkomen.
Biobased isolatiematerialen bevatten geen isocyanaten. Houtvezel, hennep en cellulose zijn veilig te verwerken zonder speciale beschermingsmaatregelen, en vormen bij brand geen giftige gassen.
4. PIR is vrijwel niet te recyclen
PIR (en PUR) zijn thermohard: eenmaal uitgehard zijn ze niet te smelten en opnieuw te vormen. Bij sloop belandt PIR-isolatie in de verbrandingsoven of op de stort. Oudere PIR-platen met HBCD als vlamvertrager gelden zelfs als chemisch afval.
Cellulosevlokken en houtvezel zijn volledig composteerbaar. De vastgelegde COβ komt pas vrij bij afbraak β als onderdeel van de biologische kringloop. Dat is een fundamenteel ander eindscenario.
Biobased alternatieven voor elke toepassing
ISDE-subsidie voor biobased isolatie
Biobased isolatiematerialen (houtvezel, hennep, cellulose, schapenwol) komen in aanmerking voor de ISDE-subsidie β PIR niet. De bonus kan oplopen tot β¬15.000 per woning, afhankelijk van het type ingreep en het geΓ―soleerde oppervlak.
Bekijk de ISDE-subsidiegids β